Foto:

Wageningse weemoed door willem straatman

Kun je verliefd worden op een auto ? Toegegeven…, een beetje vreemde vraag. Zeker in het groene ‘ecobastion’ Wageningen, waar voor sommigen alleen het uitspreken van het woord ‘auto’ al een soort vloek is. Toch deed het mij pijn toen ik enkele weken geleden na 21 jaar afscheid nam van mijn ouwe trouwe Rover 75. Er kwamen geen tranen, maar er was wel een groot gevoel van weemoed. 

De auto was een knipoog naar het grote, Britse verleden…, naar de tradities waar ik sinds mijn eerste Engelse vakantie in 1967 zo’n groot liefhebber van ben. Het land van de prachtige heuvellandschappen, lieflijke dorpjes met onvergetelijke pubs en fascinerende kustlijnen.

 Het land ook waar je met een goed glas ale in de hand op lome zondagmiddagen urenlang geboeid naar een eigenlijk oersaaie cricketwedstrijd kunt kijken. Een land, waar humor vaak de gesprekken stuurt…, maar ironie en licht sarcasme de buren om de hoek zijn. Een lichte vorm van zuurheid, die, denk ik, te wijten is aan het feit dat vele Engelsen hun chips met nogal wat azijn besprenkelen.

Al sinds mijn eerste stap op Britse bodem boeide het land mij. Ik genoot vanaf mijn bromfiets van het verkeer om mij heen. Van het prachtige geluid van de Triumph, Norton en BSA motorfietsen met soms overdekte of andersoortige zijspannen. Ik raakte onder de indruk van de vele grote vierassige vrachtwagens van bij ons vrij onbekende merken als Atkinson, Scammell, ERF, Albion, Foden en AEC. Al moet ik zeggen, dat juist het Wageningse transportbedrijf Ruijsch enkele AEC’s op de weg had en er in Heelsum een garage van Foden was. Het waren prachtige wagens.

In de zestiger jaren was de Engelse auto-industrie nog in volle bloei. Dat was op de drukke wegen goed te zien. Merken als Austin, Morris, Ford, Vauxhall en Rover- de zogenaamde working mans Rolls Royce- voerden de boventoon, maar ook Jaguar, Daimler, MG en Wolseley waren volop in beeld. Zelfs exclusieve Rolls Royces, Bentley’s en hier en daar een Arnstrong Siddely zag je best vaak. Het waren prachtige wagens, maar Engeland verloor de slag… Bijna alle genoemde merken, plus vele andere, zijn van de markt verdwenen. En ik…, ik bleef als een verliefde dwaas trouw aan de Engelse auto. Vooral aan Rover met zijn mooie klokjes in een houten dashboard en soms leren bekleding. Wel tweedehandsjes natuurlijk…want mijn tweede voornaam is Bruin.

In de loop van een halve eeuw reed ik drie Austin Allegro’s, een Austin Maxi, een Austin 2200 en een MG Maestro. Ook bestuurde ik twee Triumph Dolomites en een Rover 2200 TC. 

Daarna verloor ik mijn hart aan een Rover 75. Dat was in 2000. We bleven elkaar 21 jaar trouw. Door lichamelijke problemen kreeg ik steeds meer moeite met de lage instap. Nu hebben we sinds kort een kleine auto met een hoge instap.

De verkoper vertelde het jammer te vinden, dat er nog maar weinig Engelse merken over waren. Hun bedrijf zat vooral in het Aziatisch segment. Bij de uitgang feliciteerde de eigenaar ons. 

Hij stapte uit een prachtige Range Rover…

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden