Foto: Johan Mulder

Wageningse Weemoed

Door Willem Straatman

Ik kijk naar buiten en zie de wereld wit worden. Best mooi die sneeuw…al moet het niet te lang duren. Ik denk terug aan de koude winter van 1969, nu alweer vijftig jaar geleden. Ik moest me –samen met honderden andere jongens- in de laatste week van januari als dienstplichtig militair bij de Koninklijke Luchtmacht melden op het station van Nijmegen. Na door een tierende sergeant onder de krijgstucht te zijn gesteld werden we in open vrachtwagens afgevoerd naar de kazernes aan de Groesbeekseweg.

Na een basisopleiding van enkele maanden werd ik overgeplaatst naar een raketbasis in Bad Essen in het Duitse Teutoburgerwoud. Daar zat ik gedurende ruim een jaar via radarschermen mijn collega's van het Warschaupact in de gaten te houden. Soms kwam je maar eens in de vier weken thuis. Omdat je maar weinig soldij kreeg was je gedwongen veel tijd door te brengen in de soldatenkantine. Al was het bier in de Duitse 'kneipen' van het dorpje Bohmte waar onze kazerne stond ook niet duur.

We hadden in het algemeen goede contacten met de plaatselijke bevolking. Een van mijn kamer maten was Fred Stevens, een joviale Amsterdammer, die in de Jordanese Tuinstraat woonde. Omdat mijn oma oorspronkelijk ook uit die buurt kwam, ontstond er een band. Dankzij Fred besloot ik in het najaar van 1969 voor het eerst op kroegentocht te gaan in Amsterdam. Hiermee werd de basis gelegd voor een traditie die ik zonder moeite en met veel plezier al een halve eeuw in ere houd. Nog steeds kan ik genieten van prachtige oude cafés als De Engelse Reet, de Wildeman, Ooievaar, Chris, De Druif, Hegeraad, Papeneiland, Oosterling en het Hooischip. In veel van die kroegen ontbreken zowel gokkasten als geluidsinstallaties. Dat is vaak een garantie voor de aanwezigheid van praatgrage gasten, die ook graag naar een mooi verhaal luisteren. De waarheid is daarbij geen vereiste. Het valt op, dat Wageningen in de Amsterdamse drinkpaleisjes niet onbekend is. De namen van Pechtold, Dijsselbloem en Van Rossem vallen vaak, maar ook de FC, universiteit en De Wereld worden herkend. Bij oudere gasten wordt vaak met respect gesproken over Charley van de Weerd. Zijn vlammende schoten dreunen nog steeds na in de gedachten de oudere DWS- , Blauw Wit- en Ajaxsupporters. Dat bleek een paar weken geleden nog maar eens toen ik met een bij voorbaat weemoedig gevoel over de drempel stapte van het oeroude café van Andre Lacroix aan de Overtoom. Niet alleen over Charley ging het. In dit café hoorde ik ook, dat als Blauw Wit in de bosbessentijd "De Wageningse Berg op moest" in plaats van een enkele bus er wel eens twee bussen meegingen. Die tweede bus zat dan vol met bleekneusjes uit de volksbuurten. Op de terugweg hadden ze blauwe lippen en hun blikken en emmertjes vol met gezonde bosbessen. Ik zal deze verhalen missen. Lacroix heeft zijn onvergetelijke café na ruim 50 jaar gesloten.

Meer berichten