Foto: Johan Mulder

Wageningse weemoed

Op zijn plat Wagenings gezegd viel mijn bek open toen ik vorige week ergens las, dat de directeur van de Woningstichting voor een proefperiode van een jaar een woning aan het Witmondplein beschikbaar stelt als sociale ontmoetingsruimte. Niet omdat ik daar tegen zou zijn. Geef het een kans zou ik zeggen…of geef een sociaal dagcafé de mogelijkheid. Nee… mijn verbazing ligt in het feit, dat een prachtig klein kapperszaakje aan het 5 Mei Plein mede door toedoen van de Woningstichting de deuren moest sluiten. Kapper Peter dreef hier sinds een aantal jaren een fijne zaak. Hier kon je nog zonder afspraak of gewichtigdoenerij tegen zeer redelijke tarieven vakbekwaam geknipt worden. Dat kostte soms wat tijd, maar daar koos je dan ook voor. Er was altijd volk en ruimte voor een goed gesprek. Dat werd niet zelden vanachter zijn knipstoel door Peter zelf gedirigeerd. Een prachtig gemeenschappelijk trefpunt voor buurt en stadsbewoners van velerlei pluimage is er niet meer. Ik vraag me af of door creatief denken er niet meer mogelijk was geweest. Konden boven dit pareltje van sociaal samenzijn bijvoorbeeld geen paar studenten wonen, zoals nu aan het Witmondplein het geval is.

Er was altijd volk en ruimte
voor een goed gesprek

Jammer genoeg is er weer een kapper van de oude stijl verdwenen. Als kleinzoon van een stadbarbier doet me dat verdriet. Hij was de eerste die me knipte. Een kapper is niet zomaar iemand. Niemand zit er zo dicht op je huid als hij en vaak is hij de deelgenoot van je geheimen. Zoals mijn opa vroeger zei: "Met het mes op de keel spreek je wat makkelijker de waarheid". Of bedenk ik dat er bij ?

In de loop van de jaren werd ik verder geknipt door Jo Scheerder. Prachtige naam voor een kapper. Zijn zaak was aan de Molenstraat, naast het huidige Oude Pakhuis. Daarna was ik jaren klant bij Hent en Op van Brakel. Deze misschien wel oudste kapperszaak van Wageningen is er nog steeds. Naast de gezelligheid herinner ik me nog de oude spaarkas aan de muur. Na verhuizingen vertrouwde ik mijn hoofd toe aan de kappers Van Aggelen (Harnjesweg), Onderstal (Buurtseweg) en Eimers (Dijkgraafseweg). Achter deze zaak exploiteerde zoon Wim een van de eerste smulhuisjes van Wageningen. Later opende hij in de Hoogstraat de fameuze Sydney snackbar. Gijsje Onderstal was een prima kuivenkapper. Verder kon je er De Lach lezen en verkocht hij condooms. Als nozem in spé vond je dat behoorlijk interessant. Na mijn diensttijd wisselde ik vaak van kapper. Ik kwam via Volman bij Theo Hoksbergen aan de Bevrijdingsstraat terecht. Daarna ging kapper Wessels in het deftige pand aan de Nudestraat mijn 'monnikscoupe' verzorgen. Vervolgens was Bouwman op de Markt mijn haarsnijder. Daar hoorde ik meer nieuws dan op welke redactie dan ook. Na sluiting van deze salon verzorgden Jeanette en Berna van Bermida in de Junusstraat –tot mijn overstap naar Peter- jarenlang op prima wijze mijn melkboerenhondenhaar. En nu… geen haar op mijn schaarsbehaarde hoofd die het weet.

Meer berichten