Foto:

Column Willem Straatman

Het is 2020 en ik wens u oprecht een gelukkig en gezond jaar. Helaas is dit niet vanzelfsprekend. Velen van u hebben het afgelopen jaar in het ergste geval definitief afscheid moeten nemen van mensen waarvan u hield of erg op gesteld was. Zelf werd ik vorige week verdrietig bij het lezen van de overlijdensberichten in de Stad Wageningen. Gemeld werd, dat Jan Heij, Ben Nieuwenhuizen, Wes Steenbergen, Wim Keukens en Hans Kok de drempel naar 2020 niet waren overgestoken. Met uitzondering van eerstgenoemde heb ik hen persoonlijk gekend. Het waren buren, goede bekenden of mensen met wie ik via mijn werkkring wat te maken had. Voor hun familie en vrienden zal het een moeilijk kerst- en nieuwjaarsfeest zijn geweest. Hoewel de dood onlosmakelijk aan het leven gekoppeld is, is het aanvaarden daarvan erg confronterend en pijnlijk. Het koesteren van de nagedachtenis vertolkt daarbij een belangrijke rol. Dat blijkt ook in het dagelijks maatschappelijk leven. Straatnaamgeving is daar een belangrijk voorbeeld van. In feite gedenk je via straatnaamgeving mensen of belangrijke instituties. Niet naar iedereen kan een straat vernoemd worden. Het is prima, dat de wethouder Blankestijnstraat er nu eindelijk gaat komen Maar ik heb me toch wel verbaasd over het feit, dat er voor de straatnaamgeving in de uitbreidingswijk Kortenoord verder weer 'een blik professoren' is open getrokken.

Er werd 'een blik professoren' opengetrokken....

Dat de hoogleraren De Wilde en Thurlings genoemd worden, is voor veel Wageningers goed te begrijpen, maar bij de namen van anderen rijzen - ondanks hun ongetwijfeld belangrijke verdiensten - bij velen vraagtekens. Hadden de in dit gebied gelegen wereldberoemde Nederlands Scheepsbouwkundig Proefstation of de aloude Maalderij en Bakkerij niet vernoemd kunnen worden? Of wat te denken van een Hof van Mies Quint? Niet alleen de kastelein was befaamd, maar ook zijn hof. In het kader van 75 jaar bevrijding hadden er straten vernoemd kunnen worden naar de verzetsheldinnen Dien Veenendaal – Meurs en mevrouw Ormel - Grob. Dit zou ook prima passen in de wens om meer vrouwen te vernoemen. Ook de familie Roskam, die in deze buurt veel onderduikers opving, had genoemd kunnen worden. Er waren meerdere Wageningers, die hun verzet met hun leven hebben betaald. Blijft verder het feit, dat er in onze stad bijna geen straten vernoemd zijn naar de belangrijke steenindustrie en tabaksfabricage. Al in 1998 vroeg ik me in een column in de toenmalige Veluwepost af, waarom De Koebongerd en Hoge Waard nooit vernoemd zijn. Waarom er nooit een Schimmelpenninckstraat, een Victor Hugolaan of een Patmapad zijn aangelegd. Ook de belangrijke grafische industrie komt er bekaaid af. Trouwens niet alleen ik, maar vele anderen vragen zich dat nog steeds af. Hoe komt dat toch? Het lijkt er op deze wijze op, dat een belangrijk deel van de geschiedenis van onze stad niet de eer krijgt, die zij verdient.

Meer berichten