Foto:

Column Willem Straatman

Op de top van de Wageningse Berg heb je bij helder weer een prachtig uitzicht over de Betuwe. Met wat geluk kun je de contouren zien van de Waalbruggen bij Tiel, Herveld en Nijmegen. Als ik er ben, dwaalt mijn blik vaak af naar het Lexkesveer. Dan probeer ik vandaar de weg te volgen naar Herveld. In gedachten zit ik dan weer naast mijn moeder in de Velox bus, die ons door dorpjes als Randwijk, Indoornik, Zetten en Andelst naar Herveld brengt. Het is een tocht naar het verleden…, een rit die me naar de geboortegrond van mijn moeder brengt. Hoewel het een denkbeeldige rit is, beleef ik er veel genoegen aan. Was het niet Slauerhoff, die ongeveer zei, dat je in je gedachten kunt wonen? Welnu…dan heb ik een mooie woning.

Ik geniet opnieuw van het ritje met de bus door de Betuwe. We rijden langs vruchtbare landerijen en eindeloze bloeiende boomgaarden. Het geratel en ander lawaai van de 'kersenkeerders' dringt tot in de bus door. Er werken in de vijftiger jaren nog veel mensen op het land en in het fruit, Bij voorbaat geniet ik, want opa is in het seizoen ook kersenplukker. Mijn grootouders wonen in een klein huisje aan de Lecht vlakbij bushalte Midden Betuwe.

Op de deel staat vaak een hoenderik met kersen. Het zijn meestal Duitsers of meikersen. Heel af en toe zijn er gele kersen. Soms ziet opa ons uit de verte aankomen. Dan legt hij om te plagen een handvol morellen bovenop. Hij lacht zich dan een kriek als hij onze vieze gezichten ziet als we vol verlangen in de onverwacht ontzettend zure kersen bijten. Om het goed te maken hangt hij dan bij zowel mijn moeder en mij dubbele kersen als sieraad om de oren. Zo opgetuigd gaan we dan oma begroeten. Door zware reumatiek was zij aan het bed gekluisterd. Hoewel er keihard moest worden gewerkt was de sfeer bij mijn grootouders altijd goed en vrolijk. Vooral op verjaardagen was het gezellig. Als de broers en zussen van mijn moeder bijeen kwamen werden er prachtige verhalen verteld, Er was nog geen televisie en ik luisterde graag. Zo leerde ik ook het Betuws dialect te verstaan. Dat week behoorlijk af van het Wagenings waaraan ik gewend was.

In feite was de Betuwe een eiland dat met pontjes verbonden was met bijvoorbeeld de Veluwe. Er was sprake van een sterke eigen taal en cultuur. Met Wageningen waren er wel geregelde contacten. De Wageningse markt was erg populair en veel Betuwse 'frollie' werkten er als winkelmeisje.

Helaas zijn veel van onze familieleden inmiddels overleden. Naar slechts een enkele tante kunnen we -zij het niet meer met de Velox-bus een ritje maken, Maar dat doen we dan ook graag. Tante Driek ontvangt ons nog steeds met die fijne Betuwse gastvrijheid en is een lichtend en onvervangbaar baken in het land van mijn moeder.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden