Foto:

Column door Willem Straatman

Met veel plezier las ik laatst het door Leo Klep geschreven boek 'Van Hoogere Burgerschool tot Pantarijn'. Hoewel ik die school nooit als leerling bezocht, heb ik er wel veel herinneringen aan. Veel van mijn vrienden en vriendinnen 'schoolden' er en ook was ik soms gast op de legendarische schoolfeesten in de zestiger jaren. Leo Klep is er in geslaagd een prachtig document te schrijven over een school, die vaak ter discussie stond, maar die er in geslaagd is de woelige maatschappelijke ontwikkelingen in de zestiger en zeventiger jaren in een vibrerend onderwijssysteem soepel en met durf op te vangen. Het boek deed me tevens beseffen, dat ik in de tientallen jaren dat ik columns schrijf, er maar weinig aan mijn schooltijd heb gewijd. U raadt het al…van een briljant opleidingstraject was bij mij geen sprake. Ik kwam uit een familie van werkende mensen. Doorleren wat nu de maatstaf is, was vroeger vooral weggelegd voor welgestelden. De eerste school waar ik in 1955 naar toe ging was de Koningin Emmaschool. De kleuterschooltjes van de in Wageningen legendarische juffrouw Bulte of juffrouw Nies heb ik nooit bezocht. Op de Emmaschool ging het eigenlijk heel goed. Ik leerde er zelfs een beetje Frans. Le cochon est dans le cabane…. Ja ja, ik weet dat ’ t beest in het verkeerde hok zit… Ondanks het feit dat ik de lesuren hinderlijke onderbrekingen van het speelkwartier vond, haalde ik hoge cijfers en kreeg ik het advies om naar de HBS te gaan.

Leo Klep is er in geslaagd een prachtig document te schrijven over een school, die vaak ter discussie stond, maar die er in geslaagd is de woelige maatschappelijke ontwikkelingen in de zestiger en zeventiger jaren in een vibrerend onderwijssysteem soepel en met durf op te vangen.

Op advies van bovenmeester Van der Giessen werd dat het Christelijk Streeklyceum in Ede. Daar ging het helemaal fout. Ik voelde me er niet thuis en miste de beschermende omgeving van de Emmaschool. Ik kwam plotseling in een omgeving waar ik hard moest leren en waar veel van je als individu werd verwacht. De extra lessen Frans op de lagere school bleken parels voor de zwijnen – cochons, zo u wilt- te zijn geweest. Juist met Posthouwer, de leraar Frans op het CSLE, had ik vaak mot. Als straf wilde hij me een keer op een prullenbak voor een meisjesklas zetten. Dat ging natuurlijk niet door en het eindigde na duw- en trekwerk in de kamer van de rector. Niet lang daarna vertrok ik naar de vlakbij de HBS gevestigde Wageningse Wilhelmina MULO. In een omging waar leraren bijnamen als Opa, Pipo, Swiebel, Botte Bijl en de Zandhaas hadden, kwam ik wat tot rust. Het was een prettige school, maar vergeleken met het toenmalige Wagenings Lyceum wel erg kalm en braaf. Van maatschappelijke discussies of spetterende schoolfeesten kan ik me op dat gedeelte van de Wilhelminaweg weinig herinneren. Misschien had het met de locatie te maken: tussen het ziekenhuis en de oude begraafplaats in. Ik kreeg ook geen adviezen mee voor verdere studiemogelijkheden of carrièreplanning. Daar heb ik me later nog wel over verbaasd. Ik volgde later met veel plezier nog opleidingen in de journalistiek, bestuurskunde en beleidsadviseur op het gebied van sport en recreatie. Vooral daardoor vond ik mijn plek in het leven.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden