
Over Wageningen gesproken honing
26 mei 2026 om 08:51Honing uit het Surinaamse Wageningen
WAGENINGEN SU In het noordwesten van Suriname ligt een dorp: Wageningen SU. Het gaat hier over honing. 'Het nieuwe goud van Suriname', wordt het wel genoemd. Eind 2024 waagden ook twee Wageningers de gok en ze gingen op cursus in de buurprovincie Coronie: Eddy Paimin en Richenel Balimoi. Al snel sloot broer Chano Balimoi aan. Nu heeft Wageningen SU drie enthousiaste imkers, die bezig zijn om hun eigen Wageningse honing in de winkels te doen belanden. Voorlopig is het nog niet zo ver.
Jan Boer
"We moesten om te beginnen twee of drie nesten vinden, dan konden ze ons leren hoe we ermee aan de slag moesten gaan,” vertelt Eddy. "Gelukkig was er aan de Ritsweg een bouwkavel waar we nesten van de Braziliaanse bij vonden. Zo begonnen we met drie volken”. De drie volken werden er zeven, alles leek goed te gaan, maar al snel waren ze weer terug bij één nest. "We wisten niet genoeg en we hebben leergeld betaald in de vorm van wasmot bij onze volken”, zegt Eddy. "We probeerden het opnieuw en nu gaat het beter. Vandaag de dag staan we op vierentwintig volken. We willen nu groeien naar ruim dertig, want als je met de Braziliaanse bij werkt heb je veel volken nodig”. Dat met die Braziliaanse bij is overigens nog wel een dingetje, want dat is niet de meest eenvoudige bij om mee te werken. In Europa kennen we hem als de 'geafrikaniseerde honingbij', de Amerikanen noemen hem 'killerbee'. Daarmee is het probleem duidelijk: dit beestje is agressiever dan Europese bijen.
In de jaren vijftig bracht een bioloog Afrikaanse bijen naar Brazilië, omdat de Afrikaanse soort meer honing produceerde. De koninginnen bleven steeds binnen in de bijenkasten, maar door een foutje ontsnapten er toch enkele bijen. Die mengden zich met de lokale bijen en de 'killerbee' was geboren. Hij gaf inderdaad meer honing, maar was ook veel agressiever. Hij verspreidde zich over heel Zuid-Amerika. Daarom zijn veel mensen in Suriname echt bang voor bijen. Eddy, Richenel en Chano waren dat in het begin ook. "Maar we waren ook nieuwsgierig”, zegt Richenel. Eddy hoopt dat meer mensen in Wageningen bijen gaan houden. "Dan kunnen we van elkaar leren en we kunnen het imkermateriaal met elkaar delen, want dat is in Suriname niet te koop. Alles wat je nodig hebt wordt geïmporteerd en dat is behoorlijk duur. We maken onze spullen zo veel mogelijk zelf.” Het drietal is inmiddels bekend in Wageningen. Wie een bijennest ontdekt op zijn erf belt nu met de imkers om het weg te laten halen, en niet meer met de brandweer. "Wij brengen het nest naar een kast zodat we ermee kunnen werken. Dat is beter dan het te vernietigen, zoals de brandweer altijd doet.” De imkers zullen nog veel nesten van erven moeten halen om hun doel te bereiken. Met 100 tot 150 volken is het rendabel. "Dan kunnen we de honing echt gaan verkopen. Hoe mooi zou het zijn als we dan ook Wageningse honing kunnen verkopen in Wageningen in Nederland?”