
Marcel Dicke over de mieren
11 februari 2026 om 22:07 OverigWAGENINGEN Marcel Dicke is hoogleraar entomologie. Het gaat hier over insecten, zespotige dieren. Insecten hebben weinig geheimen voor hem. In Wageningen wonen miljarden van deze beestjes...
Door Jan Boer
Wat weten wij nou eigenlijk van deze Wageningse zes-poters en hoe gaan we er verstandig, maar ook nuttig mee om? Marcel Dicke kijkt goed naar de mieren. Wat kunnen wij met de Wageningse mieren? “Een mier is een heel bewegelijk en beresterk dier! Een tijd geleden hadden mensen aan de Churchillweg problemen met wel een heel bijzondere soort mier, het mediterraan draaigatje, dat in de afgelopen jaren in een enorm tempo Nederland is binnengewandeld. Hij hoort hier eigenlijk niet. Deze mier is klein, snel en ogenschijnlijk onschuldig, maar dat is niet zo. Deze zogenaamde invasieve soort maakt superkolonies, verstoort de natuur en kan ook in je huis voor flinke overlast zorgen. En ja, hij kan wat draaien met zijn kontje. De mensen aan de Churchillweg hadden er veel last van, maar bij de herinrichting van deze weg is geprobeerd het hele mierenvolk weg te halen. We gaan het zien…” Hij gaat verder: “Het moet gezegd worden dat de meeste mieren heel nuttig zijn. Ze eten andere insecten en het zijn fantastische bouwers. Rode bosmieren bouwen bijvoorbeeld nesten van wel een halve meter hoog en een meter onder de grond! Mieren zijn veel betere bouwers dan wij mensen. Ze dóen het gewoon!” Volgens hem zijn alle mieren in een mierenvolk hetzelfde zoals wij in ons lichaam onze cellen hebben: “Iedere mier is een specialist. Is er een ziekte in het volk, dan worden de zieke beesten het nest uit gewerkt. Een mierenvolk is een prachtig voorbeeld voor Wageningen hoe een samenleving perfect in elkaar zit…”. Mieren doen aan landbouw en veeteelt. “Rode bosmieren leggen paden uit naar waar bladluizen zitten. Mieren kietelen de bladluizen zodat die gaan poepen. Die poep, honingdauw, nemen de mieren mee naar het nest. Ze zorgen er voor dat vijanden wegblijven bij de bladluizen. Ook zijn er mieren die blaadjes voeren aan schimmels in hun nest. Daar krijgt de mier dan weer het eiwit van”. Wat kun jij doen in je tuin om de natuur en de mier een handje te helpen? “Haal de tegels uit je tuin, want die maken het leven daar moeilijk. Heb je een bloemrijke tuin, dan zie je wat er gebeurt. Mieren eten insecten. Heb je een plaag? De mieren ruimen het op. Heb je ze in huis, ja, dan zul je beter op moeten ruimen…” Hij vertelt dat mieren een route markeren met een geurstof: “Haal je de bron weg, dan komen ze niet meer. Wij kunnen in de industrie van mieren leren hoe we efficiënte routes aan moeten leggen. Het zijn allemaal kleine breintjes, die samen gaan tot één groot organisme. Kijk naar de mieren, maak ze niet dood. Wat doen ze? Waar lopen ze naar toe? Pak er eens een loep bij, waardeer deze beestjes!” Marcel Dicke zegt: “Deze diertjes zien er even indrukwekkend uit als een olifant! Ja, jouw tuin is eigenlijk mooier dan een natuurpark in Afrika..! Mierentaken zijn tot in de puntjes verdeeld. Het verschil tussen een soldaat en een werkster is soms heel groot”. Op zaterdag 25 april wordt er op de Wageningse campus in het kader van ‘100 Jaar Entomologie’ een open dag georganiseerd rond alles wat met insecten te maken heeft.












