
Spoor van loopgraven uit 1944-1945 leidt naar verboden militaire zone Wageningen
22 mei 2025 om 15:06 Lokaal Deel je nieuwsIn mei/juni 2025 is het 80 jaar geleden dat de bewoners van de zuidelijke Veluwezoom na hun maandenlange evacuatie naar huis mochten terugkeren. Wat is híer gebeurd?, vragen zij zich af, wanneer zij tussen alle ravage loopgraven in hun tuinen aantreffen. Het boek In het spoor van de loopgraven. Spitters in het spergebied van Oosterbeek tot en met Rhenen, 1944 – 1945 werpt nu licht op de bijzondere oorlogsgeschiedenis van de regio. Eind september 1944 mislukt de Slag om Arnhem en direct daarna moeten ruim 200.000 mensen vertrekken. Een 45 kilometer brede strook langs de Rijn verandert in Duits frontgebied. Pottenkijkers zijn niet welkom. Intussen dirigeert Duitse bezettingsmacht wel duizenden mannen naar deze verboden militaire zone.
Hoe hoopvol was de situatie nog op 17 september 1944. Toen zagen de streekbewoners tijdens Operatie Market Garden geallieerde parachutisten neerdalen. Eindelijk worden we van de bezetter bevrijd, dachten veel mensen. Op dat moment graven er al duizenden mannen aan de Panther-Stellung. Deze Duitse verdedigingslinie volgt de noordoever van de Rijn van de Duitse grens tot de Grebbe en buigt dan af naar het IJsselmeer. Maar de Slag om Arnhem wordt een fiasco voor de geallieerden.
‘Toen kwamen we in een oorlogsgebied. Het was helemaal ontruimd, daar waar ze alles achtergelaten hadden en de vliegtuigwrakken nog lagen.’, vertelt een Rotterdammer in november 1944 over zijn eerste aanblik van het luchtlandingsterrein bij Wolfheze. En hij is niet de enige. Van september 1944 tot aan de bevrijding in 1945 ploeteren circa 45.000 Nederlandse ‘spitters’ voor de Wehrmacht langs het front van Spijk tot Rhenen. Hun werkveld ligt pal in het schootsveld van de geallieerden. Het zijn vooral mannen uit de regio en evacués. Anderen zijn opgepakt bij grote razzia’s, zoals die in Hilversum en Rotterdam.
De tewerkgestelden verblijven in bewaakte kampen van de Duitsers. Die brengen de ‘spitters’ onder in scholen, boerderijen en tehuizen. Zoals Bassecour in Wageningen, vier boerderijen in de Kraats en Huize Mooi-Land in Doorwerth/Heelsum. Deze onderkomens zijn primitief. De mannen krijgen stro om op te slapen, plus dagelijks een portie eten en drie sigaretten. Verder moeten zij zichzelf maar redden. Dus zoeken zij in de verlaten huizen naar extra kleding en levensmiddelen. Intussen dringen hulpverleners, verzetslieden, ambtenaren en vrachtrijders tot het spergebied door.
In haar vierde boek schetst onderzoeker Karin van Veen de indringende realiteit van het dagelijkse frontleven. De loopgraven liepen vroeger dwars door de achtertuinen van haar straat. Van Veen laat de ooggetuigen zelf aan het woord. Voor het eerst is de situatie in het spergebied nu integraal onderzocht en beschreven.
Het boek In het spoor van de loopgraven telt 366 pagina’s, 255 zwart-wit foto’s + 12 plattegronden en militaire kaarten in kleur. Verkrijgbaar bij Graven in de vuurlinie in Oosterbeek.














