Zenzie en Budie, allebei Marrons, zitten samen de cassave te schillen
Zenzie en Budie, allebei Marrons, zitten samen de cassave te schillen Hettie van Nes

Over Wageningen gesproken

7 januari 2026 om 19:46 Overig

De Marron-traditie op zijn Wagenings

WAGENINGEN-WAGENINGEN - Over onze stad Wageningen hoeven we hier niets te vertellen, maar weet je dat er in Suriname ook een Wageningen ligt? 

Als je daar langs het oude, verlaten zwembad loopt en langs het servicestation, zie je het Dimaplein. Dat plein is een driehoekig veld met zandwegen langs de zijden. Langs die zandwegen staan een paar woningen, waaronder het huis van de familie Bandjo. 

Twee vrouwen zitten er op de achterplaats met een grote berg cassave tussen zich in. Het zijn Zenzie Paka Poe (73) en Budie Bandjo (67), die de knollen van het land hebben gehaald en nu hun dag gebruiken om de cassave te schillen. Met snelle bewegingen hakken ze met grote messen, die trefzeker in de knollen landen en zeker niet in een vinger of in het achterkleinkind dat zorgeloos rond de berg cassave drentelt. 

Meestal zien de dagen van Zenzie en Budie er anders uit. Vroeg in de ochtend vertrekken ze naar hun land aan de overkant van de rivier, dat ze bewerken zoals vrouwen in Afrika dat doen. Ze verbouwen vooral cassave, maar ook pinda’s, bananen en rijst. 

“Onze rijst is ‘heygron aleisi’, dat betekent hoge grond-rijst,” vertelt Budie. “Die rijst is met de slavenboten uit Afrika naar Suriname gekomen. De vrouwen vlochten de korrels stiekem in hun haren. In Suriname hebben ze het geplant, en we gebruiken het nu nog.” Budie en Zenzie zijn Marrons: de nazaten van slaven die van de plantages zijn gevlucht. Ze vestigden zich in het binnenland van Suriname, ver weg van de slavenhouders. 

Daar zetten ze nu nog steeds hun leven volgens de Afrikaanse traditie voort. De vrouwen werken er op kostgrondjes: stukjes grond die ze voor eigen gebruik bewerken. Budie en Zenzie zijn ook in het binnenland geboren, ze werkten er als kind al op de kostgrondjes. Zinzie met haar moeder, Budie bij de familie die voor haar zorgde nadat haar moeder al vroeg overleed. “Ik moest natuurlijk altijd een beetje harder werken, om me te bewijzen,” vertelt ze daarover. 

Maar toen kwam de Stichting Machinale Landbouw uit het Nederlandse Wageningen naar Suriname. Uit alle hoeken van het land kwamen er mensen naar het Surinaamse Wageningen om daar te gaan werken. Zo kwamen Budie en Zenzie samen met hun mannen en nog meer Marron-gezinnen naar Wageningen. “We zijn hier een nieuwe familie geworden,” zegt Zinzie. “En natuurlijk wilden we hier ook weer op kostgrondjes gaan werken, zoals we dat gewend zijn.” 

De vrouwen kregen wat grond om te bewerken aan de overkant van het kanaal, en daar werken ze nu nog steeds. Zoals ze het als kind hebben geleerd, van vrouwen die het ook als kind hebben geleerd, volgens de Afrikaanse traditie. Of... nou ja, ook een beetje op de Wageningse manier. 

Zinzie is op haar Wageningse kostgrondje ook Oerdie-kruiden gaan verbouwen. “Dat is niet van de Marrons,” lacht ze, “maar ik heb dat van de Hindostanen geleerd! We doen het hier volgens de traditie, maar op zijn Wagenings.”

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie